Het Kyoto-protocol

 

Het Kyoto-protocol is een internationaal klimaatakkoord waarin bepaalde landen wettelijk bindende emissieplafonds af hebben gesproken. Het werd oorspronkelijk in 1997 goedgekeurd, voordat het in 2005 door elk geïndustrialiseerde land in de wereld, met uitzondering van de Verenigde Staten, en talloze opkomende economieën werd bekrachtigd. Vandaag de dag zijn nog steeds 191 partijen aan het Kyoto-protocol verbonden, maar het werd intussen vervangen door het Parijsakkoord. 

Samenvatting van het Kyoto-protocol 

Het Kyoto-protocol is een historische mijlpaal, omdat het de eerste juridisch bindende overeenkomst is voor de beperking van CO2-emissies in geïndustrialiseerde landen. Ten tijde van de ratificatie was het tevens het meest vergaande klimaatakkoord dat ooit was afgesloten. Op basis van het principe van een "gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheid" werden bindende emissiedoelstellingen onder 37 landen (ook wel bekend als de partijen van bijlage I), waaronder de Europese Unie en Australië, afgesproken om de uitstoot aan broeikasgassen met minstens 5% tot onder het niveau van 1990 terug te dringen. Er werden echter geen bindende doelstellingen opgelegd aan de landen die niet in bijlage I waren opgenomen (ook wel bekend als niet-bijlage I-partijen), met name landen uit het zuiden van de wereld, zoals India. 

Een ander belangrijk kenmerk van het Kyoto-protocol was het instellen van flexibiliteitsmechanismen op basis van toegestane emissies. Er werden drie verschillende flexibiliteitsmechanismen opgesteld: 

  1. Het internationaal systeem van emissiehandel - artikel 17 van het Kyoto-protocol legde de basis voor een emissiemarkt gebaseerd op emissierechten, die werden verdeeld in zogenoemde toegewezen eenheden (Assigned Amount Units - AAU's). Bijlage I-partijen die minder AAU's nodig hadden dan toegewezen, konden AAU's verkopen aan bijlage I-partijen die er meer nodig hadden om te voorkomen dat ze hun Kyoto-verplichtingen niet zouden halen. 
  2. Het mechanisme voor gezamenlijke uitvoering – in artikel 6 van het Kyoto-protocol staat dat bijlage I-partijen kunnen deelnemen aan emissiereductieprogramma's van andere bijlage I-partijen, en dat daarmee zogenoemde emissiereductie-eenheden (ERU's) kunnen worden verdiend. 
  3. Het mechanisme voor schone ontwikkeling (Clean Development Mechanism (CDM) – vastgelegd in artikel 12 van het Kyoto-protocol, biedt de mogelijkheid om zogenoemde “gecertificeerde emissiereductie-eenheden” (CER) te genereren op basis van een emissiereducerend project in een niet-bijlage I-land. Deze CER's kunnen worden verkocht op de emissiemarkt. Bijlage I-partijen kunnen deze vervolgens kopen om hun doelstellingen te realiseren. 

Deze mechanismen hebben zeer veel invloed gehad, met name de CDM, de eerste internationale milieugerelateerde investerings- en kredietregeling in zijn soort.  

Uiteindelijk werd binnen het kader van het Kyoto-protocol ook een internationaal registersysteem ontwikkeld voor het volgen van transacties, rapportageverplichtingen en methoden voor de berekening van emissies en reducties. Tevens werd een aanpassingsfonds in het leven geroepen voor de financiering van aanpassingsprogramma's en -projecten in het zuiden van de wereld. Het Kyoto-protocol heeft feitelijk het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) geconcretiseerd.

Kyoto-protocol ― mislukking of succes? 

Het Kyoto-protocol was een mijlpaal in de inspanningen van de internationale gemeenschap om klimaatverandering tegen te gaan. Met het Doha-amendement in 2012 werd een tweede verbintenisperiode tot 2020 goedgekeurd waarbij de reductiedoelstellingen werden verhoogd tot 18% ten opzichte van 1990. Naarmate de kwetsbaarheid en tekortkomingen van het protocol steeds duidelijk werden, werd de noodzaak voor een nieuwe benadering steeds groter. Het Kyoto-protocol werd in 2015 uiteindelijk opgevolgd door het Parijsakkoord. 

Er is zeker veel kritiek geleverd op het Kyoto-protocol. Ten eerste omdat het geen restricties oplegde aan talloze belangrijke vervuilers, zoals de VS en China. Toen Canada zich in 2011 uit het protocol terugtrok, noemde het land deze tekortkoming als reden. Daarnaast was er veel kritiek dat de geformuleerde doelstellingen te laag waren om de opwarming van de aarde te beperken tot 2 °C. Om dit te kunnen realiseren, hadden geïndustrialiseerde landen hun doelstellingen rond 10-40% moeten vaststellen. Uiteindelijk was het Kyoto-protocol ondanks de uiteenlopende meningen over de doeltreffendheid ervan een belangrijke eerste stap en baande het de weg voor het nog ambitieuzere Parijsakkoord. 

Kom meer te weten over klimaatactie en bezoek de ClimatePartner Academy.

Registreer je nu gratis!